places (re)visited

In de voortuin stond een kersenboom. Ik speelde altijd in de zandbak onder die
boom. Kan me een dag herinneren dat de boom vol rijpe kersen zat die nog niet
door de vogels waren gepikt. We visten met een laddertje de kersen uit de boom
en maakten daarmee de lekkerste jam ooit.
Ik zou graag nog eens (op de grote tegels) onder die boom zitten.
Christelijk Streeklyceum Buitenveldert, zo heette mijn middelbare school,
met een aula boven het water en een sterrenkoepel bovenop. Vlak onder de
bulderbaan. In de pauze kon je mooi om de school heen lopen: De Cuserstraat
in, richting Amstelveenseweg, het bruggetje van het Kleine Loopveld over,
Kalfjeslaan, Buitenveldertselaan en je was weer terug. Ik deed het rondje eens
in drie minuten, toen ik moest rennen voor mijn leven, met de nieuwe jongen
uit Brabant op mijn hielen. En wat had ik nou helemaal gezegd? Kijk, dat daar
in de lucht is een vliegtuig, geen vogel.
Eind jaren zestig kreeg ik als werkstudent een baantje bij de Stichting 1940-1945
aan de Herengracht vlak bij de Vijzelstraat. Ik kwam voor het eerst in zo’n chique
grachtenpand; veel marmer en hoge vertrekken met lambrisering, een keuken
met de koffieautomaat in het souterrain en een krakende bediendentrap aan de
achterkant. Wel wat afgeleefd.
Later verhuisde het kantoor steeds verder naar de rand van de stad. Als ik het
gebouw zie, denk ik altijd aan die leuke tijd, toen. Ik ben benieuwd of het er van
binnen nog zo uitziet of dat het helemaal opgeknapt is.
De Nieuwe Amstelbrug: Ik heb een favoriete brug! Ik fietste er vaak overheen
wanneer ik naar de Hogeschool ging. Het is een mooi punt, de overgang tussen
de Pijp en Oost, zo bij het Oosterpark, ik kon de broden van Hartog bijna ruiken.
Breed en mooi, ruimtelijk en overzichtelijk, stads en statig. Een rustpunt in een
drukke stad. Ik vroeg me altijd af of er wel eens mensen in de inhammen zaten,
dat leek me heel luxe en metropolistisch.
Later bleek mijn vriendin ook een favoriete brug te hebben, het was dezelfde!
Ik woonde aan een kronkelige straat die dood liep op een parkeerpleintje tegen
de dijk. Met de kinderen uit de buurt speelde we in de warme zomeravonden
grenswachtertje. Op de hoek stond een huis met een hele grote heg. De heg had
grote stevige bladeren die we over de grens moesten smokkelen. We speelden
het spel vele zomers totdat meneer K. begon te zeuren dat er niets van zijn heg
overbleef.