In 2007 is het gebied aan weerszijden van de Burgemeester De Vlugtlaan in Amsterdam Slotermeer aangewezen als beschermd stadsgezicht. Aanleiding hiervoor was de bedreiging van dit karakteristieke naoorlogse cultureel-historisch erfgoed als gevolg van de stedelijke vernieuwingsoperatie van stadsdeel Nieuw-West. Dit buitenmuseum is een ‘levend’ openluchtmuseum, met een ‘collectie’ bestaande uit woningen, plantsoenen, scholen, winkels, parken, pleinen en straten. het gebied vormt een hoogtepunt in de naoorlogse stedenbouw en architectuur in Amsterdam.

Tuinstad Slotermeer was de eerste Tuinstad aangelegd binnen de Westelijke Tuinsteden, een nieuw woongebied ten westen van Amsterdam. Het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) vormde de stedenbouwkundige basis voor het gebied. Stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren was bij de gemeente Amsterdam verantwoordelijk voor dit plan. Van Eesteren verkreeg wereldfaam vanwege zijn uitgesproken visie op het wonen in de stad. Kern van zijn visie is het concept van de tuinsteden: compacte, groene woonwijken met een eigen voorzieningenpakket, goede verbindingen met de stad (fiets, tram) en met het omliggende gebied. Dit concept is vervolgens op alle schaalniveaus doorgewerkt: in de verkaveling met de kenmerkende open bebouwing en hovenstructuur, in de vorm van de parken en de groenstroken en in de bruggen en het straatmeubilair. Samen met architecten en woningcorporaties zijn – ondanks de beperkte financiële middelen – prachtige woonblokken gebouwd.

In het buitenmuseum is de visie van Van Eesteren consequent doorgevoerd: in de experimentele open bebouwing langs de Burgemeester de Vlugtlaan, in het winkelplein rond de Burgemeester Eliasstraat, in de parkstrook langs de Vening Meineszlaan en in het Gerbrandypark. Zie hier voor de, door Bureau Monumenten en Archeologie uitgegeven, digitale waarderingskaarten van het AUP.