Noortjes foto’s zitten ergens tussen terloops en onbehaaglijk in. Ze laten je dingen zien die je normaal gesproken nauwelijks registreert. Niet eens omdat ze zo alledaags zijn, maar omdat ze een beetje een onaangenaam element zijn in het landschap. Noortje ziet schoonheid in dingen die bewust of onbewust aan het oog onttrokken worden - de achterkant ergens van, een verscholen plekje - en waar de gemiddelde passant achteloos aan voorbij loopt. Een hoop betonblokken die ergens op een braakliggend stukje grond zijn neergegooid bijvoorbeeld. Als je het op je weg tegenkwam, zou je je hoofd afwenden. Maar nu blijf je kijken, alleen duurt het even voordat duidelijk wordt waarom.

Op een ander beeld zien we eén of ander uit goedkope materialen opgetrokken winkel op zo’n bedrijventerrein waar je alleen komt als het strikt noodzakelijk is. Bovenop het platte gebouwtje staat een levensgrote houten kameel. Door de naargeestige setting gaan je ogen direct naar het dier op het dak. Daar is het haar om te doen geweest, vermoed je. Maar waarom fotografeerde ze dan vanuit dit standpunt? Zo ver weg, en schuin voor de winkel, zodat je de kameel eigenlijk helemaal niet zo goed kunt zien?

Dat is het dus. Noortjes beelden intrigeren door hun composities. Die zijn buitengewoon eigenzinnig. Brutaal zelfs. In dit geval is het standpunt zo gekozen dat het meest in het oog springende element net niet goed zichtbaar is. Op andere beelden snijdt ze op totaal onverwachte plekken af, zodat de dingen die de meeste aandacht vragen gedeeltelijk buiten beeld vallen. Zoals op de foto van een groot gebouw zonder ramen, waarschijnlijk een groothandel in het één of ander. De naam van de winkel staat in grote letters op het dak. ‘EREIGNE’, die letters kun je lezen. Duits. Je voelt dat er letters aan het begin ontbreken maar je weet niet welke. Onwillekeurig ga je een beetje met je hoofd naar links in de hoop dat het woord zich toch nog aan je zal openbaren.

Op de foto van een lege parkeergarage pakt een soortgelijke ongewone afsnede van het beeld heel anders uit. De garage is compleet leeg. Op één fiets na. Dat wil zeggen: de helft ervan. Achter de trappers is het beeld afgesneden. De fiets zou normaal gesproken niet eens opvallen maar omdat er verder helemaal niets te zien is in de garage, wordt het ding een storende factor, een provocerende aantasting van de bijna volmaakte leegte.

Noortje fotografeert geen mensen maar wel plekken die door mensen gebruikt worden – zonder ooit iets te ensceneren of te componeren. Van sommige foto’s vraag je je af hoe lang ze daar heeft moeten staan voordat de plek verlaten was. Andere geven de indruk al tijden van god en iedereen verlaten te zijn. Dat ontbreken van mensen zorgt voor verstilling en geeft de beelden ook iets dwingends. Je blijft kijken, turen, speuren. Tot je eigen verbazing want er is eigenlijk nooit iets bijzonders te zien. Tot je begrijpt dat het niet zozeer de voorstelling op zich is die je blik vasthoudt. Het zijn de ongewone keuze voor onderwerpen en, meer nog, de verrassend gedrufde manier waarop Noortje die kadreert, die de toeschouwer verwarren over wat nou precies haar bedoeling met de beelden kan zijn geweest.

Manon Braat